De grondinname van de windturbine wordt zo beperkt mogelijk gehouden. De plek van de windturbine is een perceel eigendom van een landbouwer uit de buurt. Voor het plaatsen van de windturbine is relatief gezien weinig oppervlakte nodig. Een windturbine heeft een cirkelvormige fundering die wordt aangepast naargelang de omvang van de turbine. Die funderingssokkel bevindt zich grotendeels ondergronds en wordt met aarde en begroeiing overdekt.

Om de toegang tot de windturbine mogelijk te maken, wordt ter hoogte van de windturbine een toegangsweg voorzien. In een eerste fase, de werffase, wordt een tijdelijke toegangsweg ingericht voorzien van voldoende draaicirkel. Deze wordt na de werffase zorgvuldig verwijderd. In het kader van onderhoud, controle en herstellingen wordt langs de perceelsgrens een beperkte permanente toegangsweg aangelegd.